Het Verhaal van de Passiespelen

Het Passiespel verhaalt de emotionele gebeurtenissen uit de laatste dagen van het leven van Jezus: van de glorieuze intocht van Jezus in Jeruzalem, het laatste Avondmaal met de twaalf apostelen, het verraad van Judas, de door de hogepriesters geëiste veroordeling van Jezus, zijn pijnlijke kruisgang en uiteindelijk zijn dood aan het kruis op de Calvarieberg. Het zijn die gebeurtenissen, die de christenen gedenken tussen Palmzondag en Pasen. 

Reeds vele eeuwen voordat Jezus in het jaar 30 A.D. ten tonele verscheen verwachtten de joden de verschijning van de verlosser, de Messias. In de Romeinse provincie Palestina begon Jezus op zijn dertigste publiekelijk zijn leer te verkondigen. Hij werd omgeven door twaalf leerlingen. Een van hen was Judas Iskariot, met wiens hulp het Sanhedrin erin slaagde om Jezus te arresteren en ter berechting over te dragen aan de Romeinse autoriteit. Jezus werd beschuldigd van verraad tegen Rome. Uiteindelijk beval Pontius Pilatus de kruisiging van Jezus.

Patrick Lateur (auteur 2015) over zijn tekst voor de Passiespelen in 2015:
"Al wie Passiespelen Tegelen mee gestalte helpt geven, plaatst zich in een eeuwenlange traditie waarin mensen zich spiegelen aan het gebeuren op Golgota en in Jeruzalem, maar ook aan alles wat daaraan voorafging in Galilea en Judea. En wie de tekst schrijft voor zo'n passiespel doet eigenlijk niet anders dan wat de Emmaüsgangers deden: het verhaal van lijden, dood en leven blijven doorvertellen: "Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood." (Lucas 24,35)"